Voor toekomstbestendig vastgoed moet je adaptief bouwen

De vastgoedsector ontwikkelt zich in rap tempo en wordt aangejaagd door een toenemende omgevingsdynamiek: klimaatrisico’s, stijgende schaarste aan mensen en middelen, hybride werkomgevingen en een schrijnend tekort aan betaalbare woningen. Deze ontwikkelingen onderstrepen de urgentie voor het herzien en creëren van toekomstbestendige en slimme vastgoed- en huisvestingvisies. PPS Netwerk ging in gesprek met Jan Joost Mestebeld, directeur bij draaijer+partners, over zijn visie op adaptief en toekomstbestendig vastgoed. Wat moet (urgent) worden verbeterd en waar liggen (onbenutte) kansen?

Wat is volgens jou de ware definitie van toekomstbestendig vastgoed en welke ontwikkelingen zie je in de markt?

Over de definitie van toekomstbestendig vastgoed kan ik heel kort zijn: dat heeft alles te maken met het bouwen van adaptief vastgoed, dus vastgoed dat kan ‘meebewegen’ met de fluctuaties in tijd. De wensen en behoeften van gebruikers zullen continu veranderen, zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar, en die veranderingen volgen elkaar in hoog tempo op. Tot veertig jaar geleden konden we redelijk goed vooruitblikken op de toekomst en ongecompliceerd voor twintig jaar vooruit plannen uitzetten. Nu hebben partijen al moeite om vijf jaar vooruit te kijken. Neem bijvoorbeeld de coronacrisis, die heeft velen verrast met inzichten die ze een jaar daarvoor niet hadden. Partijen zijn daardoor genoodzaakt de toekomst van hun organisatie op een wijze te benaderen die ze voorheen niet voor mogelijk hadden gehouden.

Is corona de push die ze nodig hadden om dit vraagstuk de aandacht te geven die het werkelijk verdient?

Vastgoed en huisvesting zijn voor gemeentes, onderwijs- en zorginstellingen een secondair proces; een ‘noodzakelijk kwaad’ en geen bestuurlijk onderwerp. Als gevolg daarvan komt het pas op de agenda als er iets mis is. De coronacrisis heeft voor versnelling naar een andere manier van denken gezorgd. Daar waar bepaalde strategische vraagstukken rondom vastgoed lastig op de agenda van deze instanties kwamen, zie ik nu verandering in hoe partijen van huisvesting prioriteit maken. Om veiligheid van mensen te waarborgen, ziet men het belang om strategische huisvestingsplannen te maken vanuit beleid op werken en werkprocessen. De winst: het thema huisvesting staat nu (hoger) op de agenda in de bestuurskamers en partijen staan open om hierover integraal nieuwe visies te ontwikkelen. Daarnaast zet men meer in op het leren van en met anderen door het uitwisselen van kennis en ervaringen. De dialoog is dus opengezet.

Men heeft er dus behoefte aan om vastgoed niet meer als noodzakelijk kwaad te zien. Maar welke rol speelt vastgoed in onze post-pandemie realiteit, welke behoefte van de gebruiker krijgt meer aandacht in het gebouw?

Organisaties staan inderdaad meer stil bij wat hun huisvesting echt moet bieden om mensen optimaler te laten werken. Tijdens de pandemie moesten we allemaal vanuit huis werken, dat heeft op velen een demotiverende werking vanwege het gebrek aan sociale contacten. Daarom geloof ik niet – en ik ben niet de enige – dat we 100% digitaal gaan werken, dat zal slechts voor een kleine groep wenselijk zijn. We zullen in de toekomst wel meer dan vóór de pandemie vanuit huis werken, dus we maken een transitie naar een hybride vorm van werken, waarin het kantoor wel ruimte moet bieden om vooral hybride overleggen te kunnen faciliteren. Kantoren zullen niet louter ingericht worden om als ‘werkplek’ te fungeren, maar ook (of meer) als een plaats die de sociale component van ‘werk’ faciliteert: het ontmoeten van anderen. Los daarvan blijft er een structurele behoefte naar goede werkplekken om geconcentreerd te werken. Het is dus cruciaal om gezonde werkomgevingen te creëren waarbij kan worden ingespeeld op de individuele behoeften van gebruikers.

Men ontwikkelt steeds nieuwe ideeën over de interactie tussen de mentale gezondheid van de mens en het gebouw. Er is meer bereidheid om te investeren in het kantoorgebouw als ontmoetingsplaats vanwege de gunstige werking op het welzijn. Alles wat ‘ontmoetingen’ en ‘verbinding’ faciliteert blijft en zal verder ontwikkeld worden. De klassieke kantine bestaat al bijna niet meer en maakt plaats voor werkcafés met een meer open karakter, waar je goed kunt werken en anderen kunt ontmoeten. Daarbij wordt dit veel meer een onderdeel van een community waar je ook andere mensen dan je collega’s gaat tegenkomen en gecombineerd gebruik normaal wordt.

Wat is de upside van deze nieuwe manier van kijken naar vastgoedvraagstukken? Wat proberen we met elkaar te bereiken?

De winst van deze exercitie is dat we voor maximale flexibiliteit gaan. We werken meer dan ooit data gedreven om meer kennis in te winnen over de functie en het gebruik van bouwwerken. Daarmee proberen we grip te krijgen op de onvoorspelbaarheid van morgen door met algoritmes een bepaald voorspellend vermogen te genereren. De behoefte om met die inzichten mee te kunnen veranderen wordt groter. Als gevolg wordt adaptief bouwen cruciaal om de onvoorspelbaarheid van de maatschappij te faciliteren, door bijvoorbeeld met circulair bouwen ruimte te creëren om te kunnen transformeren wanneer dat nodig blijkt.

Welke houding vraagt deze werkwijze van opdrachtgevers? 

Het vraagt standvastigheid. Tijdens een ontwikkel- en bouwproces zijn er genoeg momenten waarop de verleiding groot is om vooral voor de simpele of goedkopere oplossing te kiezen. Wil je toekomstbestendig bouwen, dan moet je als opdrachtgever de visie en ambitie hebben en uitdragen dat je niet alleen voor vandaag, maar ook voor morgen bouwt. Wat dat betreft hebben we vooral behoefte aan visionairs bij opdrachtgevers en in mindere mate risico- en procesmanagers.

 

Dit interview is geïnitieerd door PPS Netwerk Nederland (Professioneel Projectmanagement en Samenwerking in bouw en ICT). draaijer+partners is één van de deelnemer aan de Inspiratietafel ‘Waardevol & Toekomstbestendig Vastgoed’.
Lees hier het complete artikel >>

"Organisaties staan door corona meer stil bij wat hun huisvesting echt moet bieden om mensen optimaler te laten werken."

Jan Joost Mestebeld, directeur draaijer+partners

Nieuwste blogs

  • Sociaal
  • Werk
juni 2022

Huisvesting begint bij de gebruiker

Gemeente Diemen, LSa en draaijer+partners gingen in gesprek over de herinrichting van het gemeentehuis en […]

  • Inspiratie
  • Werk
juni 2022

Domeinbenadering en ontwerpgids voor duurzame exploitatie

De gemeente Amersfoort ontwikkelt een nieuw stadhuis. De voorbereidende werkzaamheden zijn gestart, volgens planning wordt […]

  • Circulair
  • Innovatie
juni 2022

De kansen van een circulaire inkoopstrategie

Hoe realiseer je een circulaire facilitaire dienstverlening door middel van een circulaire inkoopstrategie en wat […]