Draaijer maakt gebruik van cookies om de bezoekers van onze website de best mogelijke ervaring te bieden en voor het analyseren van bezoekersgedrag waarmee we onze website kunnen verbeteren.

Blog

Eerst de zorg begrijpen, dan het gebouw ontwerpen

Mirjam Rodenburg werkt vier jaar bij Draaijer als adviseur huisvesting in team Zorg+Wonen. Ze specialiseerde zich in het opstellen van Programma’s van Eisen voor zorgorganisaties. “Ik vind het geweldig om met zorgmedewerkers in gesprek te gaan over de (toekomst van) zorg en hoe huisvesting daaraan kan bijdragen.”

De basis voor goed ontwerp

Een Programma van Eisen beschrijft alle wensen en eisen van een organisatie. “Met die informatie kan een architect vervolgens een goed ontwerp maken,” legt Mirjam uit. “Welke functies komen er in het gebouw? Welke ruimtes zijn daarbij nodig en hoe verhouden deze ruimtes zich tot elkaar? Wij zorgen ervoor dat de stem van de gebruiker wordt gehoord en vertaald naar papier. Daarbij kijken wij naar de haalbaarheid en de trends en ontwikkelingen in de (zorg)markt.”

De zorg van morgen

Mirjam en haar collega’s dagen de gebruikers uit om na te denken over de zorg van de toekomst. “We kijken niet alleen naar wat vandaag nodig is, maar ook naar wat morgen gevraagd wordt. De zorg verandert continu. Denk aan nieuwe behandelvormen, veranderingen in zorgzwaarte, technologieën en andere verwachtingen van cliënten en medewerkers. Huisvesting speelt daarin een cruciale rol. Toekomstbestendige (zorg)huisvesting vraagt om slimme keuzes. Keuzes die kwaliteit, functionaliteit en betaalbaarheid met elkaar in balans brengen.”

Goede zorghuisvesting begint niet bij een gebouw, maar bij het begrijpen van de zorg. “Samen met zorgorganisaties kijken we naar ontwikkelingen zoals veranderende doelgroepen, arbeidsmarktkrapte, personele bezetting, groepsgroottes en de inzet van zorgtechnologie en domotica.” Deze keuzes bepalen hoe zorg in de toekomst wordt georganiseerd en vormen het vertrekpunt voor huisvestingsvraagstukken.

Door eerst de zorgvisie, organisatie en exploitatie te verkennen, ontstaat een helder beeld van wat nodig is op het gebied van huisvesting. Deze inzichten vertaald Draaijer vervolgens naar een Programma van Eisen en uiteindelijk naar een ontwerp dat de zorg optimaal ondersteunt.

“Flexibiliteit, aanpasbaarheid, alternatieve aanwendbaarheid, duurzaamheid, haalbaarheid en betaalbaarheid spelen daarbij een belangrijke rol. Het doel is om gebouwen te ontwikkelen die niet alleen aansluiten bij de zorg van vandaag, maar ook kunnen meebewegen met de veranderingen van morgen.”

Alle disciplines aan tafel

Mirjam spreekt met bestuurders, zorgmedewerkers, medewerkers van facilitair, ICT, vastgoed/huisvesting en techniek. “Een echte afvaardiging van allerlei afdelingen. Zorgmedewerkers kijken naar wat bewoners en medewerkers nodig hebben. Iemand van hygiëne adviseert over infectiepreventie. Facilitair denkt mee over logistieke processen en waar specifieke ruimtes nodig zijn zoals opslagruimtes en wasruimtes.” Wat de zorgsector voor haar zo aantrekkelijk maakt? “Je ziet waar je het voor doet. Zorgmedewerkers gaan echt voor hun cliënten. Dat maakt het werk extra waardevol.”

Van abstract naar concreet

Zorgorganisaties vinden het soms lastig om vierkante meters in te schatten. Voor een zorgorganisatie organiseerde Mirjam daarom een excursiedag naar vier andere zorglocaties. “Daar kregen we rondleidingen, zagen we hoe groot ruimtes waren en hoorden we hoe hun zorgprocessen lopen. Dat heeft enorm geholpen. Het gaf de organisatie inzicht in de grootte van ruimtes en de toepasbaarheid voor de eigen organisatie.”

Meer dan samenwerken

Bij Draaijer doen we projecten altijd samen met collega’s. “We weten elkaar goed te vinden op elkaars kennis en expertise. Zo heb ik me kunnen specialiseren in Programma’s van Eisen.” De samenwerking in het team gaat verder dan alleen projecten. “Er wordt veel georganiseerd, zoals teamuitjes, borrels en andere activiteiten. Ook kom ik graag naar kantoor in Houten om collega’s te ontmoeten en samen te lunchen. Dat zorgt voor een leuke binding.”

Adviseur

Mirjam Rodenburg