Draaijer maakt gebruik van cookies om de bezoekers van onze website de best mogelijke ervaring te bieden en voor het analyseren van bezoekersgedrag waarmee we onze website kunnen verbeteren.

Blog

De campus als strategisch instrument

De recente Miljoenennota biedt universiteiten extra middelen voor onderzoek, talent en sectorplannen. Dat is natuurlijk goed nieuws, maar toch blijven de financiële uitdagingen groot. Kosten stijgen, studentenaantallen staan onder druk en middelen worden steeds gerichter toegewezen. Universiteiten moeten daarom scherpe keuzes maken om hun ambities voor onderwijs en onderzoek waar te kunnen blijven maken.

Juist daarom is het tijd om anders te kijken naar een vaak onderschatte factor: de campus. Niet als verzameling gebouwen en vierkante meters, maar als één samenhangende omgeving voor onderwijs, onderzoek, werken en ontmoeten. Door die omgeving slimmer te organiseren, kunnen universiteiten middelen vrijmaken én de kwaliteit van onderwijs, onderzoek en samenwerking versterken.

Wordt het volledige potentieel van universiteiten benut?

Universiteiten beschikken vaak over omvangrijke vastgoedportefeuilles. Toch worden veel onderwijs- en kantoorruimten maar een deel van de tijd daadwerkelijk gebruikt. Uit bezettingsgraadmetingen en analyses van LSA blijkt dat de gemiddelde bezetting vaak niet boven de 30 procent uitkomt. Daarbij gaat het niet alleen om vaste werkplekken die leegstaan wanneer medewerkers thuis of elders werken. Het gaat ook om collegezalen, onderwijsruimten, bibliotheken, onderzoeksfaciliteiten en ondersteunende voorzieningen.

Hoe intensief worden collegezalen gedurende de dag en de week gebruikt? Kan een onderwijsruimte buiten geroosterde uren ook worden ingezet voor projectmatig werken of onderzoek? Welke voorzieningen kunnen door meerdere faculteiten worden gedeeld? En hoe benutten we de ruimte tussen de gebouwen?

De campus is meer dan de optelsom van afzonderlijke ruimten. Juist de samenhang tussen gebouwen, functies, routes, pleinen en voorzieningen bepaalt hoe mensen de universiteit gebruiken en beleven.

Van losse gebouwen naar één kennisomgeving

Veel universiteitsgebouwen zijn historisch georganiseerd rond faculteiten of afdelingen. Ruimten zijn ingericht voor specifieke gebruikers en functies. Dat biedt herkenbaarheid, maar versterkt ook de vorming van eilanden. Wanneer onderwijs, onderzoek, werken, bedrijfsleven, wonen en sport fysiek van elkaar gescheiden blijven, ontstaan minder vanzelfsprekende ontmoetingen.

Een integrale campusstrategie kijkt daarom verder dan de inrichting van werkplekken. Een onderwijsruimte kan buiten collegetijden functioneren als projectruimte. Een centrale onderzoeksvoorziening kan verschillende disciplines samenbrengen. Een bibliotheek kan ruimte bieden aan concentratie, samenwerking en kennisuitwisseling. De buitenruimte kan veranderen van verkeersgebied in een aantrekkelijke plek om te verblijven en elkaar te ontmoeten.

Het doel is een natuurlijke reden creëren voor studenten, onderzoekers, docenten en ondersteunende medewerkers om buiten hun eigen gebouw en ook buiten reguliere tijden samen te komen. Dat vraagt om een ‘sticky campus’: een levendige omgeving met passende faciliteiten en een goede verbinding met functies als wonen, sporten en het bedrijfsleven.

Het gaat daarbij niet om het toevoegen van een koffiekiosk. De achterliggende vraag is: hoe kan de campus mensen verleiden om elkaar vaker te ontmoeten, ideeën uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen?

Een campus die onderwijs en onderzoek stimuleert

Door verschillende activiteiten en disciplines dichter bij elkaar te brengen, stimuleert de campus kennisuitwisseling, interdisciplinair onderzoek, werkplezier en het gevoel onderdeel te zijn van een academische gemeenschap. De opbrengst is daarmee groter dan alleen een lagere huisvestingslast. De echte waarde ontstaat wanneer efficiënter ruimtegebruik leidt tot een betere beleving én een sterker primair proces.

Niet beginnen bij vierkante meters, maar bij de bedoeling

Een integrale benadering begint niet met de vraag hoeveel vierkante meters kunnen worden geschrapt. De eerste vraag is wat de universiteit met haar campus wil bereiken. Welke vormen van onderwijs, onderzoek en werken moet de omgeving ondersteunen? Welke functies kunnen worden gedeeld? Welke groepen komen elkaar nu onvoldoende tegen? En welke ruimtelijke ingrepen maken samenwerking vanzelfsprekender?

Met data kan vervolgens worden onderzocht hoe gebouwen, lokalen, werkplekken en voorzieningen werkelijk worden gebruikt. Door deze inzichten te verbinden aan de strategie, cultuur en identiteit van de universiteit ontstaat een onderbouwd toekomstbeeld.

Van campusvisie naar vastgoedkeuzes

Een integrale campusvisie vormt de basis voor concrete vastgoedbeslissingen. Daarbij telt niet alleen de financiële opbrengst. Ook de gevolgen voor onderwijs, onderzoek, bereikbaarheid, identiteit, duurzaamheid en dagelijkse beleving moeten worden meegewogen in scenario’s. De beste oplossing is dus niet automatisch het scenario met de minste vierkante meters, maar het scenario waarin vastgoed, ruimtegebruik en campusbeleving samen zoveel mogelijk waarde creëren.

Dat is de integrale kracht van Draaijer en zusterbedrijf LSA: strategie, data, vastgoed, onderwijs- en werkconcepten, ruimtelijk ontwerp en verandering met elkaar verbinden.

Extra geld alleen maakt onderwijs en onderzoek nog niet sterker. Daarvoor is ook een omgeving nodig die mensen uitnodigt om te leren, te onderzoeken, samen te werken en elkaar te ontmoeten. Zo verandert vastgoed van kostenpost in strategisch instrument en wordt de campus een plek waar kennis niet alleen wordt ontwikkeld, maar ook wordt gedeeld, beleefd en verbonden.

Managing consultant

Peter Loonstra

Managing consultant

Nadine Nugter